Gezondheid en milieu


Aanleiding

 

Tijdens de sanering van het terrein van de Oostergasfabriek in Amsterdam hebben verschillende omwonenden gezondheidsklachten gerapporteerd. Ondanks dat van tevoren luchtkwaliteitsnormen waren vastgesteld, bleken sommige mensen toch gezondheidsklachten te vertonen die in verband werden gebracht met de uitstoot van schadelijke stoffen tijdens de bodemsanering.

De normen, die in overleg met de GGD Amsterdam in het emissiebeheersingsplan waren opgenomen, zijn gebaseerd op de maximaal toelaatbare concentraties van schadelijke stoffen in de lucht bij levenslange blootstelling, waarbij ook rekening is gehouden met kwetsbare groepen, zoals kinderen, bejaarden en zwangere vrouwen. De blootstelling van omwonenden werd gemeten middels op de gevels geplaatste badges, die wekelijks werden opgehaald en geanalyseerd. 

Aan de rand van het saneringsterrein en geplaatst in de overheersende windrichting heeft de GGD twee gaschromatografen (GC) neergezet, die continu de emissies meten. Op basis hiervan wordt de ontgraving gestuurd. Bij overschrijding van de signaalwaarden op de GC wordt overgegaan naar een strenger regime, hetgeen in het algemeen betekent dat het ontgravingsfront verkleind wordt. 

 

Naar aanleiding van de gezondheidsklachten is in de beschermingsgroep omgeving afgesproken nader onderzoek naar deze klachten te doen. Dit onderzoek is uitgevoerd door een onafhankelijke milieudeskundige, Annemarie van de Vusse van Vusse Milieuadvies. 

 

Probleemstelling

 

De bedoeling van het onderzoek is om na te gaan of er een verband te leggen valt tussen het optreden van gezondheidsklachten bij omwonenden en  medewerkers van omliggende instellingen en de uitvoering van de sanering. Daarbij is ook van belang te onderzoeken hoe lang de betreffende gezondheidsklachten duren.

Zowel op het terrein als bij enkele omwonenden zijn maatregelen genomen om de stankoverlast te beperken. De effectiviteit van de genomen maatregelen is eveneens getoetst. 

 

Werkwijze

 

Aan een aantal mensen is gevraagd een klachtendagboekje bij te houden, en te noteren wanneer hinder optreedt, en of dit gepaard gaat met gezondheidsklachten. In de eerste ronde (winter 2005) is alleen naar stank gekeken, waarbij bovendien onderzocht is of de klachten verminderden door het gebruik thuis van een ventilatieunit. 

In de tweede ronde is aan de mensen gevraagd om ook andere stressfactoren, zoals lawaai, trillingen, stof te noteren. Daarbij moest men aangeven of men die dag gezondheidsklachten had, en in welke mate. 

De tweede ronde heeft in twee aaneengesloten periodes plaatsgevonden; de eerste liep van  

13 maart tot 9 april 2006, de tweede van 10 april tot 8 mei 2006. Deze periode was gekozen omdat verwacht werd dat in deze weken een kuip direct naast de woonwijk zou worden ontgraven.  Uiteindelijk is de planning veranderd, waardoor niet in deze periode, maar pas later de ontgraving plaatsvond.

Om een indruk te krijgen van de omvang van de ondervonden klachten is na de zomer van 2006 in de hele wijk onder alle huishoudens een vragenlijst verspreid met vragen over hinder en gezondheidsklachten. 

 

Resultaten

 

Om de gezondheidsklachten nader te onderzoeken hebben een beperkt aantal mensen in verschillende periodes dagboekjes bijgehouden. Dit betrof zowel bewoners van de wijk als medewerkers van de nabijgelegen school en van het Dierenasyl. Bovendien is na de zomer van 2006 onder alle huishoudens een enquête verspreid, waarin ze konden noteren welke gezondheidsklachten ze ondervonden en in hoeverre deze gedurende de uitvoering van de sanering verergerd dan wel verminderd waren.

In de eerste periode (24/10/2005 tot 21/11/2005) hebben 12 mensen dagboekjes bijgehouden. Daaruit kwam naar voren dat voor de meeste mensen die gezondheidsklachten rapporteerden, deze klachten van korte duur waren. De klachten waren na een dagdeel verdwenen wanneer er geen emissies meer gemeten werden op de gaschromatograaf voor naftaleen boven de signaalwaarde. Van de in de lijst genoemde klachten traden de volgende verschijnselen het meeste op (dat wil zeggen bij meer personen en frequenter): oogirritatie, loopneus/verstopte neus, hoofdpijn, misselijkheid, duizeligheid, vermoeidheid. Koorts, piepen en huiduitslag werden geen enkele keer genoemd.

In de tweede periode (13/3/2006 – 10/4/2006) zijn van 24 mensen (deels dezelfden) resultaten bekend. Van hen heeft 62,5% geen klachten, terwijl 25% gedurende de hele periode gezondheidsklachten heeft, die ze wijten aan de saneringswerkzaamheden. Dat betreft voornamelijk oogirritatie, hoesten en een verstopte neus. 

In de derde periode (10/4/2006 – 8/5/2006) zijn van 20 mensen (dezelfde mensen als in de tweede periode) resultaten bekend. Van hen heeft meer dan de helft geen gezondheidsklachten, al heeft hiervan 25% wel regelmatig hinder van de werkzaamheden. 15% houdt de hele periode gezondheidsklachten, die ze wijten aan de saneringswerkzaamheden. Dat betreft met name verstopte neus en keelpijn. Dit wordt voornamelijk geweten aan stank, maar ook aan lawaai en trillingen.  20% van de mensen heeft in een beperkte periode gezondheidsklachten, voornamelijk oogirritatie, hoofdpijn en ademhalingsklachten, die meestal na een dag verdwenen zijn. 

Na de zomer van 2006 is in de hele wijk onder alle huishoudens een vragenlijst verspreid met vragen over hinder en gezondheidsklachten. Van de 167 uitgezette vragenlijsten zijn er 44 retour gekregen; d.w.z. dat 26% van de huishoudens heeft gereageerd. Alle respondenten geven aan hinder te ondervinden van de sanering. Van hen hebben 5 mensen wel hinder, maar in eerste instantie geen klachten. Aannemende dat van de huishoudens die de vragenlijst niet hebben ingevuld, niemand gezondheidsklachten heeft, betekent dit dat in zeker 23% van de huishoudens één of meerdere personen gezondheidsklachten hebben, die naar hun mening samenhangen met de sanering.

 

Conclusies

 

o        Het is duidelijk dat de omwonenden hinder ervaren van de bodemsanering. Daarbij gaat het vooral om de overlast die veroorzaakt wordt door lawaai en stank. Maar ook de trillingen veroorzaken hinder, terwijl stofoverlast relatief de minste problemen geeft.

o        Aannemende dat van de huishoudens die de vragenlijst niet hebben ingevuld, niemand gezondheidsklachten heeft, betekent dit dat in zeker 23% van de huishoudens één of meerdere personen gezondheidsklachten hebben, die naar hun mening samenhangen met de sanering.

o        Bijna iedere respondent rapporteert gezondheidsklachten. Mensen hebben vooral last van:

-          hoofdpijn 

-          niezen

-          vermoeidheid 

-          verstopte neus 

-          oogirritatie.

o        Van de beperkte en willekeurige groep mensen die tijdens de werkzaamheden een dagboekje hebben bijgehouden, rapporteert een toenemend aantal gezondheidsklachten. In de eerste periode heeft ongeveer een vijfde gezondheidsklachten, terwijl in de tweede periode het aantal oploopt tot een derde van de dagboekschrijvers en in de derde periode tot iets minder dan de helft. Het gaat om gezondheidklachten die ze wijten aan de saneringswerkzaamheden. De helft van hen zegt minder last te hebben wanneer ze buitenshuis zijn.

o        De klachten verdwijnen na ongeveer een dag, wanneer de werkzaamheden die hinder veroorzaken, gestopt zijn. Ook wanneer de uitslagen op de gaschromatografen ’s ochtends hoog zijn, maar daarna dalen vanwege de genomen maatregelen, rapporteren bewoners de gehele dag gezondheidsklachten te hebben. 

o        Enkele mensen blijven langer last houden van gezondheidsklachten. Vergeleken met de eerdere periodes waarin de dagboekjes werden bijgehouden, bestaat de indruk dat enkele mensen gedurende de periode van de sanering extra gevoelig worden voor de door de stank veroorzaakte gezondheidsklachten.

o        De stank wordt als belangrijkste reden voor de klachten genoemd, maar de klachten worden ook geweten aan lawaai en trillingen.

o        De weersomstandigheden  blijken een rol te spelen bij het ervaren van stank, niet alleen de windrichting is van belang, ook de windsnelheid; bij een lage windsnelheid kan de stank lang blijven hangen, ook nadat maatregelen zijn genomen om de emissies te beperken.

o        De meeste mensen doen de ramen dicht als maatregel tegen stank en lawaai. 
In de eerste periode van de dagboekjes zijn bij enkele mensen luchtzuiveringsunits op proef geplaatst. Deze bleken te werken, want mensen met een luchtzuiveringsunit vermeldden minder klachten. 

o        Mensen die in hun dagboekje aangeven last van stank te hebben, houden hiervan meestal de hele dag last. Ook wanneer de uitslagen van de GC ‘s ochtends hoog zijn, maar daarna sterk dalen, geven de bewoners aan stankklachten te hebben.  

o        Er is geen direct relatie te leggen tussen de uitslagen van de GC’s en de stankklachten. Wel is er een verband tussen de uitslagen op de GC’s en de op het terrein genomen emissiebeheersingsmaatregelen. De uitslagen op de GC lopen direct terug na overgang op regime oranje of geel.

 

Mede naar aanleiding van de resultaten van het onderzoek heeft de GGD Amsterdam geconcludeerd dat enkele mensen een verhoogde gevoeligheid hebben opgebouwd, en dat het dus verstandig is als deze mensen de mogelijkheid krijgen tijdelijk (tijdens de duur van de saneringswerkzaamheden) de wijk te kunnen verlaten. Daartoe is een herhuisvestingsregeling opgezet.