Bouwhinder


Gezond weer op!

Een Handreiking om bouwhinder te beperken

Bouwhinder

 

Inleiding en leeswijzer

Geregeld wordt in de stad gesloopt, gebouwd, grond gesaneerd, infrastructuur aangelegd. Steeds vaker vinden dergelijke werkzaamheden plaats, terwijl erom heen gewoond wordt. In de compacte stad vindt verdichting plaats; voormalige bedrijfsterreinen die vaak in bewoond gebied liggen, worden geschikt gemaakt voor kantoren en woningbouw. Dat betekent het slopen van de oude bedrijfsgebouwen, het saneren van de veelal verontreinigde grond, en het neerzetten van nieuwe gebouwen met de daarbij horende infrastructuur. Een dergelijk proces kan soms meerdere jaren in beslag nemen. Ondertussen zitten de omwonenden met de hinder en overlast van de werkzaamheden. Door deze verstoring van het leefmilieu treden bij sommige bewoners gezondheidsklachten op, doordat ze gedurende een langere periode worden blootgesteld aan een combinatie van lawaai, stank, emissies van schadelijke stoffen, en stof, terwijl ze vaak weinig mogelijkheden hebben iets aan deze situatie te veranderen. Ook maken ze zich soms zorgen over de toegenomen fysieke en sociale onveiligheid en de slechte bereikbaarheid van hun buurt.

Met deze brochure wil het Platform Gezondheid en Milieu een handreiking bieden aan gemeenten, opdrachtgevers en bewoners om ervoor te zorgen dat de hinder en overlast van bouwwerkzaamheden beperkt worden. Het gaat daarbij om technische maatregelen, maar om deze te kunnen hanteren, is een beleidskader nodig. Het is aan gemeenten om beleid te ontwikkelen, en aan burgers om hun gemeente hierop aan te spreken. Deze brochure wil daaraan een stimulans geven. 

Voor een optimaal effect is een goede communicatie met alle betrokkenen essentieel.

In het eerste hoofdstuk wordt ingegaan op de achtergrond en het ontstaan van deze handreiking.

Het tweede hoofdstuk is gewijd aan de verschillende factoren die onderscheiden kunnen worden in het begrip hinder van sloop-, sanerings- en bouwwerkzaamheden.

In derde hoofdstuk komen de mogelijke oplossingen aan bod, waarbij een onderscheid gemaakt wordt in technische mogelijkheden (3a), juridische en beleidsmatige aanpak (3b), communicatie met betrokkenen (3c), en inzet van burgers zelf (3d).

Dat deze handreiking intensief gebruikt mag worden door alle betrokkenen om de hinder zo veel mogelijk te beperken, en zo mogelijk gezondheidsklachten te voorkomen!

 

 

Vusse Milieuadvies

Annemarie van de Vusse

met dank aan Lies Visscher en Miep Verheuvel

Amsterdam, 12-6-2008

 

1.     Waarom deze handreiking?

Bij sloop-, bodemsanerings- en bouwwerkzaamheden in de stad kan het voorkomen dat omwonenden gedurende meerdere jaren worden blootgesteld aan een combinatie van stressveroorzakende milieufactoren – geluid, trillingen, geur, stof, emissies van schadelijke stoffen. Voor zover er normen gelden voor maximale concentraties aan geluid en emissies, zijn deze voor bouwwerkzaamheden gebaseerd op blootstelling gedurende maximaal enkele maanden, en geldt de norm ook alleen voor de betreffende factor, en niet voor de cumulatie van stressfactoren.

Het betreft situaties die mensen moeten ondergaan en waarop ze zelf vaak weinig invloed kunnen uitoefenen. Ze moeten de overlast maar accepteren. Soms hebben ze het vooruitzicht dat na maandenlange overlast de wijk er beter komt uit te zien, de geluidshinder beperkt is of dat er minder verkeer door de buurt gaat. Maar sommigen hebben er weinig belang bij wat er uiteindelijk gerealiseerd wordt. Integendeel, het kan zelfs betekenen dat hun eigen woonsituatie verslechtert, doordat groen of speelplekken verdwijnen, of doordat de toekomst van hun eigen woningen onzeker wordt.

 

Door deze verstoring van het leefmilieu treden bij sommige bewoners gezondheidsklachten op.

In eerste instantie wordt de verstoring nog als hinderlijk ervaren; b.v. wanneer men slecht slaapt doordat er steeds een gebrom op de achtergrond klinkt, of wanneer men ’s ochtends vroeg met een schok uit zijn slaap gehaald wordt door het aanslaan van motoren, of het heien van een damwand.

Maar gebeurt dit geregeld, dan treedt slaapgebrek en concentratieverlies op.

Een middagje stank vanwege de bodemsanering is nog wel te verdragen, maar duurt dat dagenlang, dan vergaat de eetlust, en wordt men al met een misselijk gevoel wakker.

 

Dat mensen in dergelijke situaties gezondheidsklachten kunnen krijgen, wordt wellicht niet direct verwacht, maar kan wel verklaard worden, als de situatie vergeleken wordt met de resultaten van onderzoek naar chronische aandoeningen bij langdurige blootstellingen, aan geluid, geur, chemische stoffen.

Langdurige blootstelling aan allergenen en chemicaliën kan leiden tot overgevoeligheid voor zeer lage concentraties van de betreffende stof. In een dergelijk geval is de enige oplossing elke blootstelling aan deze stof te vermijden, hetgeen in praktijk zal betekenen dat men de buurt zal moeten verlaten.

Juist in een woonwijk zullen de meest gevoelige groepen, zoals baby’s, zwangere vrouwen en ouderen, in het algemeen het meest blootgesteld worden, doordat  ze een groot deel van de dag in huis of in de wijk aanwezig zijn.

Daar komt dan nog bij dat de klachten vaak verergeren, omdat men zich zorgen maakt. Zorgen over de veiligheid, doordat trottoirs worden afgesloten, paden worden geblokkeerd en kinderen moeten omfietsen om naar school te gaan. Zorgen om de kinderen, die de bouwput zien als groot speelterrein, en zich van geen gevaar bewust zijn. Het leefklimaat in de wijk staat soms onder druk, doordat woningen afgesloten worden, en de straatverlichting deels uitvalt.  

Soms ondernemen mensen actie, en proberen op die manier ook weer meer grip te krijgen op hun leefsituatie. Ze melden hun gezondheidsklachten, bij de GGD of bij het Meldpunt Gezondheid en Milieu en vragen om maatregelen. 

Het is niet altijd eenvoudig om tijdens de uitvoering verstrekkende maatregelen voor te schrijven; het beste kan al in een voorbereidende fase nagedacht worden over mogelijkheden om de hinder en overlast  voor omwonenden zoveel mogelijk te beperken en daarmee klachten, gezondheidschade en ongelukken te voorkomen. 

Dit is het doel van deze handreiking, bestemd voor opdrachtgevers, gemeenten en burgers.

 

 

 

2.     Waar gaat het om?

 Bij sloop-, bodemsanerings- en bouwwerkzaamheden worden omwonenden blootgesteld aan een combinatie van stressveroorzakende milieufactoren, die elkaar mogelijk versterken.

Het gaat om:

 

> Lawaai en trillingen

Geluidhinder is een van de meest belangrijke aandachtspunten bij bouwwerkzaamheden.
Motoren en apparaten bij sloop- en heiwerkzaamheden leveren veel lawaai op; dat betreft zowel continu geluid als piekgeluiden van b.v. inslaan van palen en damwanden. De werkzaamheden gaan bovendien gepaard met een toename van vrachtverkeer van en naar de bouwplaats met materieel en bouw- en sloopafval. Vrachtwagens moeten laden en lossen.
Er is ook sprake van mogelijk vermijdbaar lawaai, van b.v. het piepen van achteruitrijdende vrachtwagens en het schetteren van harde muziek uit radio’s. 
Veel hinder wordt soms ervaren van de werktijden. Vaak begint men al de motoren warm te laten draaien voor 7 uur ’s ochtends. Generatoren staan soms dag en nacht aan.

Verschillende bouwwerkzaamheden veroorzaken niet alleen lawaai, maar ook trillingen. Trillingen kunnen zich soms voortplanten door de grond en door de omwonenden in hun huis gevoeld worden.
Blootstelling aan geluid en / of aan trillingen kan leiden tot concentratieverlies en verstoring van slaap, en aanleiding geven tot chronische vermoeidheid, hoge bloeddruk en cardiovasculaire ziektes. 

Ook kan door de trillingen schade aan de woning optreden.

 

> Stof

Vooral bij sloopwerkzaamheden, maar ook bij grondverzet, komt veel stof vrij. Omwonenden merken in het algemeen vooral het grof stof, doordat zich dat vastzet aan ramen en deuren. Echter ook de concentraties aan fijn stof (PM 10) nemen in het algemeen toe, mede door de uitstoot van roetdeeltjes door motoren en vrachtwagens.

Uit metingen op een dertigtal bouwplaatsen werd aan respirabel stof (PM 4) gemiddeld een concentratie van 5,3 mg/mgevonden met uitschieters tot 300 mg/m3. Ten opzichte van de gemiddelde achtergrondwaarde van 0,031 mg/m3 op verschillende plaatsen in Nederland en een MAC-waarde (maximaal aanvaarde concentratie op de werkplek)  5 mg/m3 zijn deze concentraties hoog te noemen.  

Blootstelling aan fijn stof moet zoveel mogelijk voorkomen worden, doordat het diep in de longen doordringt en een bijdrage levert aan het verergeren van astma- en CPOD-klachten en van hart- en vaatziekten.

Speciale aandacht is vereist voor het slopen van oudere gebouwen, waarin mogelijk asbest gebruikt is. Dit is niet altijd bekend, en wordt niet altijd van te voren onderzocht. Asbesthoudende materialen moeten gesloopt worden door een gecertificeerd bureau, waarbij speciale veiligheidsmaatregelen getroffen worden, zodat geen asbestdeeltjes verspreid worden naar de omgeving.

 

> Stank en emissies

Bij werkzaamheden in verontreinigde grond kunnen vluchtige stoffen vrijkomen. Het kan gaan om lichte olieproducten, b.v. wanneer een oude olietank verwijderd wordt, maar ook om de verdamping van ontvettingsmiddelen en organische oplosmiddelen, wanneer er vroeger op het terrein industrie heeft gezeten. Sommige van deze vluchtige stoffen veroorzaken stank.

Daarnaast is er ook uitstoot van motoren en vrachtwagens.

Stank kan een lichamelijke reactie oproepen door irritatie van bepaalde zenuwen in de neus. Men voelt zich niet lekker, wordt misselijk, krijgt hoofdpijn. Deze reacties verdwijnen in het algemeen wel nadat de stank verdwenen is, maar langdurige blootstelling aan een cocktail van chemicaliën kan uiteindelijk bij een enkeling leiden tot een vorm van een overgevoeligheidsreactie, waarbij elk spoortje van de stof al een lichamelijke reactie oproept. Tijdens warme dagen dragen de emissies ook bij aan een vermeerdering van de vrije radicaalbelasting van zomersmog en worden mensen daardoor gevoeliger voor luchtweginfecties.

 

Veiligheid en bereikbaarheid

Bij bouwwerkzaamheden moet vaak een terrein afgezet worden. Ligt dit middenin een woonwijk, dan kan het gevoel van onveiligheid toenemen, doordat er ’s avonds en in het weekend een doodse, donkere, plek in de wijk ligt. Dat trekt soms vreemd volk aan. 
Ook is een bouwterrein een aanlokkelijk speelterrein voor kinderen.

De bereikbaarheid is eveneens een punt van aandacht. Wegen worden – soms tijdelijk - afgesloten; bekende routes naar school of club kunnen niet langer gevolgd worden.

Soms worden voet- en fietspaden geblokkeerd door opslag van materieel, of zijn ze onveilig geworden door de toename van vrachtwagens.
 

Informatievoorziening

Wanneer omwonenden goed op de hoogte worden gehouden van de werkzaamheden en de daarmee eventueel gepaard gaande overlast, kunnen zij zo nodig zelf aanvullende maatregelen nemen om de hinder te vermijden. Ook is de overlast beter te accepteren als men weet waarvoor de werkzaamheden nodig zijn, en weet dat alle mogelijke maatregelen genomen zijn.
Wordt men niet of slecht geïnformeerd, dan maakt men zich meer zorgen.

 

 

3.     Wat is eraan te doen?

 

Met technische maatregelen kan een deel van de overlast beperkt worden; in eerste instantie moet aan maatregelen bij de bron gedacht worden; is dat niet of te weinig mogelijk, dan zal ook de omwonende beter beschermd moeten worden. Het beste is om al in de ontwerpfase te kijken naar alternatieve bouwmethoden om op deze manier de overlast en hinder in een latere fase zoveel mogelijk te beperken. Kunnen bij de bouw materialen gebruikt worden, die naderhand gemakkelijk uit elkaar te halen zijn, of waarvan bij sloop weinig schadelijke emissies en stof vrijkomen? Is sloop van een gebouw nodig, of is het mogelijk er een alternatieve bestemming aan te geven?

Om maatregelen tegen overlast kunnen voorschrijven, is een beleidskader nodig. Het is aan de gemeente om dat te formuleren. Daarbij is een goede communicatie met alle betrokkenen essentieel.

Burgers kunnen bij de gemeente aandringen om een beleid te ontwikkelen om de hinder van bouwwerkzaamheden te beperken en kunnen de gemeente erop aanspreken wanneer er geen handhaving plaatsvindt.

 

3a.       technische maatregelen

Aan de bron

Lawaai en trillingen

 

 

o         Gebruik van alternatieve heimethodes, zoals trillen of schroeven

o         Traceren en vooraf weghalen van puin in de grond

o         Gebruik van geluidsarme apparatuur

o         Isolatie van motoren en apparaten

o         Zorgvuldige plaatsing van generatoren ed., dus zo ver mogelijk van bebouwing

o         Verbod op draagbare radio’s e.d.

o         Niet voortijdig motoren warm laten draaien

o         Afspraken maken over woon-werk verkeer

o         Bepalen van rijroutes, dus zo min mogelijk achteruit, maar eerder rondjes rijden

o         Motoren niet onnodig laten draaien

Stof

o         Afdekken van vrijliggende grond

o         Regelmatig vegen van wegen en paden

o         Nathouden van bouwput

o         Zo mogelijk roetfilters plaatsen op machines en wagens

o         Gebruik van alternatieve sloopmethodes

Stank en emissies

o         Ontgravingsfront klein houden

o         Stinkende grond afdekken en direct afvoeren

o         Onder overkapping werken

o         Wegvangen van emissies (experimenteel)

Veiligheid en bereikbaarheid

o         Degelijk hekwerk rondom bouwterrein

o         Terrein verlichten

o         Leegstaande gebouwen ontoegankelijk maken

o         Buiten werktijd controlerondes maken

 

Bij omwonende

Lawaai en trillingen

 

 

o         Aanbrengen isolatie aan woningen (eventueel tijdelijk)

o         Compensatie bieden, b.v. in de vorm van vakantie of wisselwoning

o         Foto’s maken om schade vast te leggen

Stof

o         Schoonmaakbeurt gevels / woningen

Stank en emissies

o         Plaatsen van luchtzuiveringsunits in woningen

o         Compensatie bieden, b.v. in de vorm van vakantie of wisselwoning

Veiligheid en bereikbaarheid

o         Zicht geven op looproutes

o         Goede bewegwijzering

o         Verkeersregelaars inzetten

 

3b.       juridische en beleidsmaatregelen

 

Het stellen van eisen aan bouwlawaai is een taak van de gemeente. Bouwwerkzaamheden vallen meestal niet onder de werking van de wet milieubeheer, aangezien het geen inrichting betreft. Het Rijk heeft alleen richtlijnen geformuleerd voor grenswaarden voor bouwlawaai in de Circulaire Bouwlawaai (1991). Bij grote en dus veelal langdurige werken mag de geluidbelasting in de dagperiode op de nabij gelegen woningen niet meer dan 60 dB(A) bedragen. Voor kortdurende werkzaamheden (tot 1 maand) is eventueel 65 dB(A) toegestaan en voor speciale geluidgevoelige objecten zoals ziekenhuizen en scholen kan een lagere norm dan 60 of 65 dB(A) worden opgelegd.

De circulaire is speciaal voor bouwlawaai opgesteld en geldt als richtlijn voor de vergunningverlener. De omschrijvingen en eisen zijn beperkt en algemeen. Met de circulaire kan gemotiveerd een eis van 60 dB(A) worden opgelegd in een ontheffing of een vergunning. 

Alleen van ‘s morgens 07.00 uur tot ’s avonds 19.00 uur is een bepaalde geluidsbelasting toegestaan. In verband met slaapverstoring wordt er in de circulaire vanuit gegaan dat geen lawaaiige bouwactiviteiten in de avond en nacht worden uitgevoerd. Voor deze perioden zijn dan ook geen toetsingswaarden opgenomen. Worden buiten deze periode werkzaamheden verricht, dan dient hiervoor in het kader van de APV ontheffing te worden aangevraagd.

 

De gemeente kan zelf een nota bouwhinder opstellen met daarin eisen en grenswaarden voor geluid, trillingen, stof, geur en emissies. Daarmee kan invulling gegeven worden aan de nu vaak vrij algemeen geformuleerde voorschriften in de gemeentelijke bouwverordening en in de APV.

 

In de meeste bouwverordeningen staat een verbod opgenomen om handelingen te verrichten die overlast voor de omgeving betekenen:

·                         Paragraaf 3, artikel 7.3.2 Hinder
Het is verboden in, op of aan een bouwwerk of op een open erf of terrein voorwerpen of stoffen te plaatsen, te werpen of te hebben, handelingen te verrichten of na te laten of werktuigen te gebruiken, waardoor:
-   overlast wordt of kan worden veroorzaakt voor de gebruikers van het bouwwerk, het open erf of terrein;
-   op voor de omgeving hinderlijke of schadelijke wijze stank, stof of vocht of irriterend materiaal  wordt verspreid of overlast wordt veroorzaakt door geluid en trilling, elektrische trilling daaronder begrepen, of door schadelijk of hinderlijk gedierte, dan wel door verontreiniging van het bouwwerk, open erf of terrein; 
-  instortings-, omval- of ander gevaar wordt veroorzaakt.
Niet van toepassing is het vorenstaande, indien en voor zover het betreft nadelige gevolgen voor het milieu waarop de Wet milieubeheer of enige in deze wet genoemde wet van toepassing is.

 

In de meeste APV’s staan algemene regels vermeld voor de bescherming van het milieu (hoofdstuk 4), ingedeeld naar:

·                         Afdeling 1 – Geluid- en lichthinder

·                         Afdeling 4 – Bodem- weg en milieuverontreiniging

·                         Afdeling 7 – Maatregelen tegen ontsiering en stankoverlast.

De daarin opgenomen artikelen bieden mogelijkheden om grenzen te stellen aan geluidhinder van motoren en geluidsapparaten (art. 4.1.5) en om routes te bepalen voor vrachtverkeer  (art. 4.1.6).

In afdeling 4 kunnen regels opgenomen worden om stofoverlast tegen te gaan.

Afdeling 7 heeft nu alleen betrekking op stankoverlast van meststoffen, maar zou uitgebreid kunnen worden naar andere stankveroorzakende werkzaamheden.

Van belang is dat de gemeente een beleid ontwikkelt om ter bescherming van de gezondheid van inwoners regels te stellen aan de uitstoot van geluid, geur, stof en emissies. Uitgangspunt daarbij kan zijn dat voorafgaand aan de bouwwerkzaamheden de nulsituatie van de omwonenden wordt bepaald. Ook kan dan een inschatting gemaakt worden van de te verwachten hinder, en kan eventueel gekeken worden naar alternatieve bouw- en sloopmethoden. Tijdens de uitvoering zal de hinder gemonitord moeten worden; een instrument hiervoor is de door TNO ontwikkelde hindermeter. Dat geeft de gemeente ook een handvat om zo nodig handhavend op te treden. 

 

3c.        communicatie

 

Een open en transparante communicatie met alle betrokkenen is essentieel. Gebleken is dat mensen in het algemeen minder klachten hebben, wanneer ze het gevoel hebben grip te hebben op hun situatie. Dat kan bereikt worden door van tevoren een omgevingsplan op te stellen, waarin duidelijk wordt welke middelen ingezet worden om alle omwonenden goed te betrekken bij het bouwproces. Daarin kunnen zaken aan de orde komen als:

·                         Klachtenprocedure, zodat bewoners snel en laagdrempelig hun klachten kunnen inbrengen. Een centraal klachtennummer waar mensen op elk moment met hun vragen terecht kunnen, is hiervoor handig. Bellers moeten niet het idee krijgen van het kastje naar de muur gestuurd te worden. Ze willen ook graag achteraf weten wat er met hun klachten of vragen gebeurd is.

·                         Informatiecentrum, zodat omwonenden daadwerkelijk kunnen zien wat er te gebeuren staat. Dit kan ook een functie hebben als ontmoetingscentrum. 

·                         Omrijroutes, zodat vroegtijdig duidelijk is wanneer bepaalde wegen afgesloten worden, of bepaalde straten slecht toegankelijk zijn. Daarbij moet ook aandacht geschonken worden aan veilige en goed aangegeven alternatieve routes. Eventueel kunnen verkeersregelaars ingezet worden om voor de veiligheid te zorgen. 

·                         Opleuken van de  bouw, waarbij de werkzaamheden als kans benut worden. Dat kan door het braakliggende terrein niet alleen als bouwput te zien, maar ook een moment te benutten op het zand een feest te houden. Wellicht bieden  ook nog niet gesloopte panden tijdelijk mogelijkheden voor exposities e.d. 

·                         Betrokkenheid buurt, bijvoorbeeld door de uitgave van een krantje,  bewonersberichten, website of vitrinekasten. Ook rondleidingen over het bouwterrein maken de ontwikkelingen beter voorstelbaar.

·                         Overleg, zodat bewoners zich serieus genomen weten met hun vragen en klachten. In een regulier overleg met alle betrokkenen kunnen de zaken die niet goed lopen, aan de orde gesteld worden, en kan ervoor gezorgd worden dat vragen en opmerkingen serieus behandeld worden.

 

 

3d.       inzet burgers

 

Wat kun je als omwonende zelf doen om ervoor te zorgen dat je zo min mogelijk last hebt van de bouwwerkzaamheden, en dat je geen schade oploopt aan je gezondheid?

Uit ervaringen van bewoners die in soortgelijke situaties verkeren of hebben verkeerd, zijn enkele tips te halen:

·                         Laat je niet overvallen. Gemeenten moeten bouw- en sloopaanvragen publiceren in b.v. huis-aan-huisbladen. Daarin staat ook vermeld hoe je bezwaar kunt maken.

·                         Vorm een organisatie, want samen sta je sterker. Als groep met vergelijkbare belangen kun je beter optreden naar de gemeente en/of de aannemer, worden je suggesties en klachten eerder gehoord en serieus genomen. Zo nodig kun je een stichting of vereniging vormen om eventueel een juridische procedure te kunnen aangaan. 
Bovendien kun je elkaar steunen door het uitwisselen van ervaringen, klachten en oplossingen.

·                         Maak gebruik van publiciteit. Publiciteit kan ertoe bijdragen dat aandacht wordt geschonken aan klachten en dat actie wordt ondernomen om aan oplossingen te werken.

·                         Organiseer een excursie, voor b.v. gemeenteraadsleden en wethouders. Op die wijze kun je zichtbaar maken aan welke hinder je dagelijks wordt blootgesteld. Voor gemeenteraadsleden die de problematiek vaak alleen uit ambtelijke stukken kennen, kan dat een eye-opener zijn, wanneer ze in de betreffende buurt zelf meemaken wat er aan lawaai, stank en stof wordt geproduceerd. 

·                         Vraag advies aan externe of ervaringsdeskundigen. Bij het Meldpuntennetwerk Gezondheid en Milieu zijn voor sommige situaties deskundigen bekend die bereid zijn om omwonenden van advies te dienen over (technische) maatregelen die de hinder en overlast beperken en gezondheidschade zo goed mogelijk voorkomen. 

·                         Laat eventuele gezondheidsklachten registreren. Het Meldpunt gezondheid en Milieu legt de klachten vast in een databank. Bij voldoende klachten worden overheden attent gemaakt op de ernst van de situatie. Meldingen worden daartoe geanonimiseerd. 

 

Hinder bij bouwwerkzaamheden is niet volledig te voorkomen, maar is wel beter te accepteren als duidelijk is dat de werkzaamheden nuttig zijn, en er alles aan gedaan is om de hinder zoveel mogelijk te beperken.

  

Literatuur en Internet

 

·                         De deksel van de Bouwput, TNO, P. Waarts en W. Broos, Delft, 2005

·                         Hinder van bouwactiviteiten, GGD Amsterdam, J.H. van Wijnen, J.E.F. van Dongen, H.M.E. Miedema, Amsterdam, mei 2004

·                         Bouwhinder verminderen, TNO Inro, N. Maas, R. ter Brugge, E.J. Tuinhout, R.Nout, delft, mei 2001

·                         Bouwlawaai, handvatten voor de gemeente, Infomil, Den Haag 2007

·                         Verslag workshop Gezond weer op, Meldpuntennetwerk gezondheid en milieu, Utrecht, juni 2006

·                         Fijn stof op bouwplaatsen, Lumens en Spee, Utrecht, 2001

·                         Overlast van bouwstof voor omwonenden, J. Gijn, C. van Leeuwen, E. Rooijakkers, S. Sauren, J. Swertz, Wetenschapswinkel Biologie, Utrecht, 2004
 

·                         www.gezondheidenmilieu.nl Meldpunt Gezondheid en Milieu. Meldtelefoon 010-4558201

·                         www.milieuengezondheid.nl Platform Gezondheid en Milieu

·                         www.infomil.nl