Deel 1


Omdat de sanering van het gasfabriekterrein Kralingen in Rotterdam een ingewikkelde zaak is, kregen de bewoners van de gemeente subsidie om een externe deskundige aan te stellen: Annemarie van de Vusse. Haar ervaringen vormen een verhaal over vertrouwen en wantrouwen tussen ambtenaren en bewoners, en geven aan wat het nut is van een extern deskundige.

De Gifnieuwsbrief van de Stichting Nederland Gifvrij heeft regelmatig uit haar dagboek gepubliceerd.

Index:
Deel I.

1: Juni 1993, Saneren met of zonder U?
2: September 1993, Relatieproblemen
3: Maart 1994, Verwarring en emotie
4: Juni 1994, De schop de grond in!
5: September 1994, Sanering gaat met veel lawaai gepaard
6: December 1994, Al is de leugen nog zo snel...?
7: Maart 1995, Leven ondergronds
8: Juni 1995, Het spel om de centen

Deel II.

 

1

juni 1993:
SANEREN MET OF ZONDER U? 

Nu minister Alders definitief ja heeft gezegd, staat de wijk Kralingen in Rotterdam een omvangrijke operatie te wachten. Een terrein van ca. 7,5 hectare waarop in het verleden gasfabrieken hebben gestaan, is ernstig vervuild. Voor de sanering zullen bijna duizend huishoudens tijdelijk of definitief moeten verhuizen. 

Minister Alders op bezoek
Minister Alders op bezoek

 

Geschiedenis

Acht jaar na de eerste ontdekking besloot de minister van VROM in 1989, dat het zuidelijke deel van het terrein, dat het meest ernstig vervuild was, multifunctioneel gesaneerd moest worden. Voor het noordelijk deel wilde hij nog geen beslissing nemen, zolang de vervuiling niet beter in kaart was gebracht. Op dat moment werd de sanering van het zuidelijk deel (excl. kosten van grondwatersanering en uithuisplaatsing) op 55 miljoen geschat.
Nader onderzoek van Gemeentewerken Rotterdam bracht aan het licht dat de vervuiling omvangrijker was dan eerder aangegeven, en dat daarom eigenlijk het hele terrein (zuid en noord) gesaneerd zou moeten worden; voor de multifunctionele variant werden de kosten geraamd op 550 miljoen.
Een nieuw gesprek met de minister was nodig; een gesprek dat plaatsvond met een zware delegatie uit Rotterdam (burgemeester en 2 wethouders), maar zonder dat de bewoners hierover ingelicht waren. Tot grote tevredenheid van de gemeente wilde de minister wel meegaan in de B+-variant, dwz. saneren tot de B-waarde (ipv. tot de A-waarde = multifunctioneel).
Ambtenaren waren trots op wat ze bereikt hadden, bewoners waren teleurgesteld en kwaad, omdat zonder hun medeweten beslo-ten was tot een andere variant. 
Om de steun van de bewoners voor deze nieuwe variant te winnen, zegde de wethouder hen toe dat ze hun eigen technisch deskundige mochten inhuren om te adviseren over de verdere uitwerking van deze variant. 
Omdat ik al vanaf het begin vanuit de Wetenschapswinkel op incidentele basis de bewoners in Kralingen adviseerde, werd ik door de bewoners gevraagd om als extern deskundige te functioneren. De gemeente betaalt daarvoor aan de Wetenschapswinkel, terwijl de inhoud van mijn werk bepaald wordt in overleg met de bewonerswerkgroep.

Projectteam

En zo zat ik vanaf ongeveer half november (twee)wekelijks op de vergaderingen van het projectteam van Gemeentewerken Rotterdam. Het projectteam bestaat uit technische mensen van verschillende afdelingen van Gemeentewerken, zoals funderingen, bouwconstructies, milieu, openbaar groen, kabels en leidingen, wegen, en havenwerken. Onder voorzitterschap van een ingenieur van de afdeling projectmanagement wordt geprobeerd de verschillende technische werkzaamheden van de sanering zo goed mogelijk tot één plan samen te voegen. In het projectteam worden activiteiten als de opzet, methodiek en resultaten van het onderzoek, en de planning, fasering en aanpak van de sanering besproken. 

Ambtenaren

Ik kwam binnen met behoorlijk wat kritiek op het bodemsaneringsbeleid van de gemeente Rotterdam, die eigenlijk vindt dat de B-waarde voldoende is als terugsaneerwaarde in Rotterdam, en die vindt dat ook een leeflaag geen slechte oplossing is.
Ik had een bepaald beeld van Gemeentewerken, als een bolwerk, technische mannen, zetelend in enkele torens op het Marconiplein, als een ambtelijke dienst, hierarchisch opgebouwd, die het werk doet waarvoor ze betaald wordt.
Dat beeld is in deze maanden gedifferentieerder geworden.
Ik ben meegesleept door het enthousiasme en de inzet waarmee verschillende ambtenaren bezig waren aan de uitwerking van de nieuwe variant. De persoonlijke betrokkenheid bij het project was groot, en van de nieuwe variant moest ik toegeven dat ik het een inventieve en creatieve aanpak vond. Het vertrouwen in deze variant groeide vooral doordat ambtenaren - meestal buiten de vergadering - de zwakke en sterke punten van deze variant durfden te bespreken. Dat werkte beter dan het emotioneel beroep van de chef milieuzaken op mij dat "het toch belangrijk was dat alle deskundigen, de adviseur van de bewoners incluis, hun vertrouwen in deze aanpak uitspraken". 
Hoewel de meeste betrokken ambtenaren technici zijn, bestaat er wel degelijk aandacht voor hoe bewoners de sanering beleven. Het gaat de ambtenaren niet alleen om een technisch goed uitgewerkte variant, maar ook aan het vertrouwen van de bewo-ners in de saneringsvariant wordt belang gehecht. Helaas geldt dit alleen voor de bij het project betrokken ambtenaren; toen ik onlangs enkele andere mensen van Gemeentewerken sprak, ontmoette ik hier weinig begrip voor.

Cultuur

Aan de ene kant is er een grote openheid bij Gemeentewerken, ik kreeg alle informatie waar ik naar vroeg, ook waar het de financiële onderbouwing van de kosten van saneren betrof. Maar anderzijds is de organisatie te kenschetsen als gesloten, een zich afschermen van de buitenwereld, omdat men eigenlijk vindt dat men het zelf het beste kan. Men is verwonderd wanneer je zegt dat scheiding van bevoegdheden en controle op uitvoering de kwaliteit alleen maar ten goede kunnen komen. Dat wordt gauw gezien als een motie van wantrouwen. 
Ik heb me verwonderd over het verschil in belangen en cultuur tussen de verschillende afdelingen. Wat dat betreft is Gemeentewerken minder een bolwerk dan het voor een buitenstaander lijkt. Het ingenieursbureau Havenwerken is de uiteindelijk verantwoordelijke voor de uitvoering van de sanering, en vindt dan ook dat hij de belangrijkste stem in het kapittel moet hebben. Dit botst soms met de inbreng van degenen die op een bepaald moment onderzoeksresultaten moeten leveren of vooral vanuit hun eigen technische discipline tegen de zaak aankijken. Soms heb ik ook het gevoel dat men tracht mij te gebruiken om steun te krijgen voor de eigen opvattingen.
Er is een duidelijk verschil in bedrijfscultuur tussen de verschillende afdelingen; de ene ambtenaar kan autonoom optreden, de ander moet alles terugkoppelen naar de chef van zijn afdeling. Dat kan betekenen dat iemand in de vergadering het standpunt van zijn afdeling naar voren brengt, terwijl hij persoonlijk een andere mening is toegedaan. Dat werkt niet erg effectief in de gezamenlijke besluitvorming. De voorzitter coördineert, maar het lukt hem soms te weinig om alle betrokkenen op het gemeenschappelijke doel te richten.
Uiteraard, zou ik bijna zeggen, is het een club van mannen; naast de projectsecretaris ben ik de enige vrouw in het gezel-schap. Maar als gast wordt de koffie altijd voor mij ingeschonken.

Zinvol

Voor de gemeente hebben mijn werkzaamheden tot het gewenste doel geleid, namelijk het creëren van een groter draagvlak bij de bewoners voor de nieuwe saneringsvariant. Er was nogal wat wantrouwen na de boven geschetste voorgeschiedenis; in zekere mate hebben mijn activiteiten bijgedragen tot een verbetering van de onderlinge verstandhouding. 
Was het ook zinvol voor de bewoners?
Op de afgesproken weg heb ik weinig invloed kunnen uitoefenen; de B-waarde was het uitgangspunt, en dat stond eigenlijk niet meer ter discussie. Binnen dit kader is er serieus naar mij geluisterd, en werd het belangrijk gevonden om de ideeën van en de effecten voor bewoners zo goed mogelijk in de technische uitwerking mee te nemen. Zo werd er o.a. extra aandacht besteed aan het zo snel mogelijk uitvoeren van de sanering, aan de duur en de degelijkheid van het drainagesysteem, aan een goede controle op de uitvoering, en aan duidelijkheid over de financiële onderbouwing en informatie daarover naar de bewoners.
In het begin kostte het wel moeite om de bewoners van de B+-variant te overtuigen. Voor mij was unanieme ondersteuning van de bewoners een voorwaarde om als technisch adviseur in het projectteam mee te draaien. De informatieuitwisseling vindt maandelijks plaats met de bewonerswerkgroep en na elke vergadering van het projectteam heb ik een korte nabespreking met enkele bewoners.
Zowel bewoners als ambtenaren vonden het zinvol dat ik na de periode van het opstellen van het saneringsadvies mijn werkzaamheden als lid van het technisch projectteam voortzette, en meedenk over het saneringsplan.

 

2

september 1993:
RELATIEPROBLEMEN

Al ben ik dan technisch adviseur van de bewonerswerkgroep bodemsanering gasfabrieksterrein Kralingen, soms houd ik mij meer bezig met de communicatie tussen bewoners en gemeente en wordt er een beroep op mij gedaan wanneer er verstoringen optreden in de relatie tussen bewonerswerkgroep en Gemeentewerken.
Ik voel me dan geroepen de bewoners uit te leggen welke logica er schuilt achter de werkwijze van Gemeentewerken bij de voorbereiding van de sanering. Bij de mensen van Gemeentewerken probeer ik begrip te kweken voor bepaalde (emotionele) reacties van bewoners op de handelswijze en het optreden van de gemeente.
Zo vonden de mensen van Gemeentewerken het onbegrijpelijk dat bewoners niet met meer enthousiasme reageerden op de mondelinge toezegging van minister Alders dat de sanering doorgang kon vinden. De deelname aan de projectorganisatie bleef opgeschort, totdat een schriftelijke bevestiging binnen zou zijn. Ook ik kon bewoners niet overtuigen, dat in de politieke besluitvorming een mondelinge toezegging even hard (of even zacht) is als een brief. Dat een dergelijke houding van bewoners begrepen kon worden als een teken van wantrouwen in een overheid die veel belooft, maar weinig doet, wilde er bij de mensen van Gemeentewerken niet in.

Gemeentewerken hecht veel waarde aan een goede verstandhouding met de bewoners, en men voelt kritiek van bewoners al gauw als een teken dat men niet goed gefunctioneerd heeft. Hoewel bewoners in het algemeen wel degelijk vinden dat Gemeentewerken goed werk levert, zijn er toch soms zaken die te laat afgeleverd worden, of met te weinig overleg doorgevoerd worden. Wanneer bewoners daarop kritiek leveren en verwijten maken richting Gemeentewerken, komt dat hard aan.
Na een ronde discussies over verschillende faseringsmodellen, zagen bewoners zich plotseling met een nieuw model geconfronteerd. Gemeentewerken had het idee dat ze hierin een aantal opmerkingen van de bewoners en van anderen verwerkt had. Bewoners voelden zich echter onder druk gezet toen ze het gevoel kregen tijdens de vergadering van de projectgroep hiermee direct te moeten instemmen. Hiervoor werd in een bewonerskrantje de term chantage gebruikt, en dat kwam pijnlijk aan. Sommige ambtenaren van Gemeentewerken vroegen zich af of het nog wel zin had verder met bewoners te praten.
Van bewonerszijde kreeg ik het verzoek de ambtenaren wat te sussen; bij Gemeentewerken verwachtte men dat ik de bewoners zou duidelijk maken dat deze terminologie in een bewonerskrantje niet terecht was. Maar wat kan ik meer doen dan naar beide zijden proberen wat begripsverheldering tot stand te brengen? 

Nu bewoners zich steeds beter gaan realiseren wat de sanering die voor de deur staat voor hen gaat betekenen, lopen de emoties weleens hoog op. Verstoring in de onderlinge relatie tussen mensen van Gemeentewerken en bewoners wil echter niet zeggen dat beide groeperingen niet beseffen dat alleen onderlinge samenwerking de sanering het nodige draagvlak zal geven.

 

Emoties lopen op
Emoties lopen wel eens hoog op

 

3

maart 1994:
VERWARRING EN EMOTIE

Kralingen heeft me de afgelopen weken wel beziggehouden. De discussie die ik had aangekaart over de toelaatbare concentraties zware metalen in de te hergebruiken grond, liep behoorlijk uit de hand. Veel verwarring en emoties bij bewoners en Gemeentewerken. Op een gegeven moment dreigde het zelfs de inzet te worden van een politiek steekspel. 
Waar gaat het om? 
Kenmerk van de in Kralingen gekozen saneringsvariant, de zogeheten B+-variant, is dat grond waarin stoffen zitten in concentraties onder de B-waarden uit de toetsingstabel van VROM (en onder 2xB-waarde voor benzo-a-pyreen) op het terrein hergebruikt zal worden. Dit geeft bijna een halvering van de kosten vergeleken met de multifunctionele variant.
Toen de besluitvorming over deze B+-variant plaatsvond, is aangenomen dat deze waarden zouden gelden voor alle aangetroffen stoffen. Omdat het onderzoek echter vooral gericht was op de afbakening van het gasfabrieksterrein, is in eerste instantie alleen geanalyseerd op pak's, cyanide en aromaten. Pas nu zijn voor het Bestemmingsadvies, een onderdeel van het Saneringsplan, ook de concentraties zware metalen bepaald. 
Wie schetst mijn verbijstering toen ik in het Bestemmingsadvies las dat het ingenieursbureau milieu van Gemeentewerken stelde grond die verontreinigd is met zware metalen boven de C-waarde (en tot de WCA-grens) weer terug te storten op het terrein en te gebruiken als aanvulling in de diepere ontgravingsputten! Voor gasfabrieksparameters gold dan wel de B+-waarde. Aangezien ook elders in de stad grond die verontreinigd is met zware metalen tot de WCA-grens niet wordt weggehaald, maar alleen wordt voorzien van een schone leeflaag van een meter, dacht men bij Gemeentewerken dat dit ook als criterium kon gelden voor de in Kralingen te hergebruiken grond. Als dat zou gebeuren, zou dat betekenen dat grond die zowel in normstelling (van VROM en van Rotterdam) als in beleving vuil is gebruikt wordt als aanvulling op een terrein dat we nu net aan het schoonmaken waren!
Aan de projectleider techniek heb ik, zodra ik dit in het rapport las, laten weten dat terugstorten van met zware metalen verontreinigde grond onacceptabel was. Ook voor zware metalen zou de B-waarde moeten gelden, met uitzondering wellicht van lood, waarvoor gezien de aanwezige achtergrondconcentraties in de stad de C-waarde gehanteerd kon worden. Dat leverde binnen Gemeentewerken wekenlange discussies op. Met name ten aanzien van lood varieerden de opvattingen intern van de B-waarde tot aan de actiewaarde (dit is de Rotterdamse C-waarde die 300 mg/kg hoger ligt dan de landelijke waarde). Ook de directeur milieu van Gemeentewerken bemoeide zich ermee, maar veel helderheid leverde dat niet op.
Toen ik na enige weken interne discussie aan bewoners meldde hoe binnen de gemeente gedacht werd over de concentratie zware metalen in hergebruikgrond, reageerden de meesten woedend. Men zag zich al met maanden overlast en tijdelijke herhuisvesting geconfronteerd om dan uiteindelijk toch weer op vuile grond te moeten wonen. Bewoners lieten de projectleider en de wethouder weten niet meer aan de bodemsanering te willen meewerken. Ook gemeenteraadsleden kregen bij een bezoek aan de wijk te horen dat op deze wijze saneren weggegooid geld zou zijn.
Na bemoeienis van de deelgemeente, na vragen in de gemeenteraad, na veel intern overleg, na veel verwarring en emotie, is nu dan toch besloten alleen grond te gebruiken voor hergebruik waarin de concentratie aan lood onder de C-waarde, en aan andere zware metalen onder de B-waarde ligt.

 

Wijk saneren

 

Plannen

Over het Veiligheids- en beschermingsplan, eveneens een onderdeel van het Saneringsplan, is de communicatie een stuk beter gelopen. In goed overleg tussen Gemeentewerken, RBGD, GGD, en Bewonerswerkgroep is dit plan tot stand gekomen. Afgesproken is dat de overlast en hinder voor omwonenden zo beperkt mogelijk moet zijn door maatregelen aan de bron te treffen. Voor giftige dampen, stof en geluid heeft de GGD in overleg met mij normen voorgesteld die niet overschreden mogen worden. Voor stankhinder is een klachtenprocedure gemaakt.
De verspreiding van giftige dampen en van stof zal zoveel mogelijk worden tegengegaan. Daarvoor heb ik een aantal maatregelen genoemd. Vluchtige stoffen moeten bij voorkeur tijdens koudere periodes ontgraven worden. Door regelmatig te vegen en rondom de bouwplaats, waar nodig, lage schotten te plaatsen kan ook de stofoverlast naar de omgeving beperkt worden. Omdat nog niet zoveel bekend is over tot hoever van de bouwplaats bewoners hinder kunnen ondervinden van stof en giftige dampen heeft de GGD daarvoor een meetprogramma opgesteld.
Last van lawaai en trillingen zal niet te vermijden zijn, temeer daar geluidsarme methoden om damwanden in te brengen door al het aanwezige puin en oude funderingsresten niet uitvoerbaar zijn. 

Milieuaccountancy

Over de milieukundige begeleiding is veel discussie geweest. Voor de bewoners is het belangrijk dat de te bereiken milieukwaliteit van de sanering bewaakt en gecontroleerd wordt, en daarvoor leek de inschakeling van een onafhankelijk bureau voor de milieukundige begeleiding de beste garantie. Hoewel de projectleider techniek hiertegen geen bezwaar had, kwam vanuit Gemeentewerken toch zoveel weerstand, dat nu uiteindelijk besloten is de milieukundige begeleiding wel door mensen van Gemeentewerken te laten uitvoeren. Maar tevens zal op voorstel van de bewoners een extern bureau ingeschakeld worden dat een soort milieuaccountacy zal verrichten. Zo wordt het mogelijk om periodiek namens de bewoners een verificatie uit te voeren of de milieukwaliteit wordt gehaald zoals afgesproken. Een dergelijke constructie was voor alle partijen acceptabel. Naar Gemeentewerken toe kan dit leiden tot een verbetering in de aanpak van de sanering en naar bewoners toe kan het een garantie geven van een milieuhygiënisch goed uitgevoerde sanering.

De schop

Bestemmingsadvies, veiligheids- en beschermingsplan en milieukundig begleidingsplan zijn onderdelen van het Saneringsplan. Dit is nu vrijwel gereed. Op basis daarvan wordt het bestek geschreven en kan de aanbesteding plaatsvinden. Als alles volgens planning verloopt, zal na jaren voorbereiding nu over een tiental weken daadwerkelijk in Kralingen de schop de grond ingaan. Minister Alders maakt het nog mee!

 

4

juni 1994:
DE SCHOP DE GROND IN!

"In het laaggelegen Kralingen
Grenzend aan den Oost-Zeedijk,
Staat een lange reeks gebouwen,
Ten dienste van het 'Gassenrijk'.
...
Maar die lange, rechte gebouwen,
Die vol met toestellen staan,
Eischen dag en nacht bediening,
't Gas moet schoon de stad ingaan.
...
Komen hier nu menschen wonen,
Tobbend voor een goed bestaan,
Mogen zij dan nog eens denken,
Aan de reeks die is gegaan."
(B.Groenendijk)

Graven
 


Met het voorlezen van dit gedicht uit 1928 werd 18 april het startsein gegeven voor de sanering van het voormalige gasfabriekterrein in Kralingen.
De start van de sanering ging met enige publiciteit gepaard. Om deze mijlpaal te herdenken had de Bewonerswerkgroep een boekje gemaakt met een beschrijving van wat er de afgelopen drie jaar bereikt was : 'Iedereen de deur uit!!'. 
De aannemer had voor petjes gezorgd, de gemeente voor gele overalls, en zo gekleed haalden de bewoners de eerste stenen uit de grond. Daarna namen de machines het werk over. 
Helemaal ongestoord verliep de start niet, doordat vlak voor het begin bij de rampendienst een bommelding was binnengekomen: er zou op de Oostzeedijk nog een oude bom liggen uit het bombardement op Rotterdam. Naar later bleek, was deze inderdaad gevallen, maar toendertijd waarschijnlijk toch ook ontploft.
Ook minister Alders toonde zijn belangstelling; bij de start zelf kon hij niet aanwezig zijn vanwege een afspraak in Genève (?!), maar enkele dagen daarvoor en een week later kwam hij met de PvdA-verkiezingstoernee op bezoek bij de Bewonerswerkgroep. In deze verkiezingstijd bleek de PvdA-er Hans Alders beter benaderbaar voor bewoners en PvdA-leden, dan voor de wethouder milieu van Rotterdam die lid van de VVD is.

Begonnen is met de sanering aan de zuidzijde van het vroegere gasfabrieksterrein. Behalve een niet zo diepe bodemsanering zullen ook kabels en leidingen verlegd moeten worden.
Verschillende bewoners aan de Oostzeedijk zijn inmiddels tijdelijk of definitief verhuisd, evenals verschillende winkels. Om de buurt een niet al te doods aanzien te geven, zijn de leegstaande woningen en winkels niet dichtgetimmerd, maar voorzien van semi- doorschijnende bruine platen. 
Ook elders in de buurt komen steeds meer woningen leeg, van mensen die in de te slopen panden wonen en van mensen die zelf elders iets gevonden hebben. Daarmee nemen de klachten over inbraak, junks en verminderde leefbaarheid toe.
Om de leefbaarheid van de buurt te verbeteren en ondersteuning te geven aan bewoners die opzien tegen de met de sanering gepaard gaande verhuizing, heeft de Bewonerswerkgroep het hulp- en klussenproject Het Schaap opgezet.

Hoewel al aan de uitvoering gewerkt wordt, zijn nog niet alle voorbereidingen van de sanering afgerond. Zo is op sommige plekken nog onduidelijk waar precies de grenzen van het actiegebied lopen. Dit is vooral van belang aan de noordzijde van het terrein waar niet alleen sprake is van verontreiniging van de gasfabriek, maar ook van verontreiniging veroorzaakt door een vroegere loodwitfabriek, die aan de andere zijde van de Oudedijk gestaan heeft. De invloed van deze loodwitfabriek is merkbaar tot aan en op het gasfabriekterrein. Hoewel de verontreinigingssituatie wel onderzocht is, is dat niet meegenomen in deze sanering, omdat de gemeente daarvoor een andere besluitvormingsprocedure kent. Rotterdam saneert verontreinigingen van loodwitfabrieken pas, wanneer er ergens stadsvernieuwing plaatsvindt. Maar dat zou kunnen betekenen dat in een straat bewoners nu hun huis uit moeten, omdat ene kant gesaneerd wordt voor de gasfabriek, terwijl over enkele jaren opnieuw damwanden gezet worden en bewoners moeten verhuizen, omdat er dan stadsvernieuwing plaatsvindt en de loodverontreiniging gesaneerd wordt. Ik heb erop aangedrongen beide saneringen zo goed mogelijk op elkaar af te stemmen, opdat bewoners maar eenmaal met overlast van een sanering te maken krijgen. Daaraan wordt nu gewerkt.

 

5

september 1994:
SANERING GAAT MET VEEL LAWAAI GEPAARD

"Hoe kan het dat er ondanks al die jaren onderzoek, toch nog op zoveel onverwachte zaken gestoten wordt tijdens de uitvoering van de bodemsanering?" 
Dat is voor bewoners in Kralingen maar moeilijk te begrijpen. Eerst hebben ze jaren moeten wachten op de daadwerkelijke start van de sanering, omdat een uitgebreid bodemonderzoek nu eenmaal nodig was voor een goede uitvoering, zo werd door de gemeente (en door het ministerie) gezegd. En nu blijkt in de praktijk van het eerste deel van de sanering, dat de bodem er toch wat anders uitziet dan op basis van het onderzoek was voorzien. 
Nu was het onderzoek in dit deel ook maar beperkt geweest vanwege de aanwezigheid van een uitgebreid kabels- en leidingenpakket, waar men niet had durven boren. Een bodemonderzoek kan ook nooit meer zijn dan een aantal prikjes in een black box. Alleen had de gemeente de bewoners wel de indruk gegeven dat men hier nu de bodem goed in kaart had gebracht.
Hier en daar zitten nog niet eerder geconstateerde plekken verontreinigde grond; er werd een niet eerder ontdekt laagje koolas gevonden en onder de PTT-kabels bleek een oude buis met vervuild water te zitten.
Ook komt men in de bodem meer puin tegen dan verwacht. Hoewel vanwege het bombardement in mei 1940 puin niet vreemd is in Rotterdam, was dat op deze plek niet voorzien, omdat er weinig problemen waren geweest met de grondboringen. Door het puin en de oude funderingsresten leverde het heien van damwanden veel meer geluidsoverlast op voor bewoners dan verwacht. 
De damwanden zijn nodig om de stabiliteit van de Oostzeedijk te garanderen, en om toch voldoende diep te kunnen afgraven zonder dat er huizen instorten.

 

Slopen

 


In de voorbereiding van de sanering van deze werkeenheid waren afspraken gemaakt tussen Gemeentewerken en bewoners over de hoeveelheid geluid. Volgens een circulaire over Bouwlawaai van het Ministerie van VROM geldt als norm voor de geluidsbelasting aan gevels van woningen tijdens de duur van de werkzaamheden een gemiddeld geluidsniveau van 60 dB(A) tussen 7.00 en 19.00 uur (vergelijkbaar met een stofzuiger op 1 meter). Dat betekent dat er zonder extra maatregelen een overschrijding te verwachten is voor mensen die op minder dan 125 meter van de lokatie wonen, zoals in Kralingen het geval is. 
Deze norm leek een goed toetsingsinstrument te zijn om de geluidsoverlast voor omwonenden beperkt te houden. Maar naast het continue gebrom van bv. compressoren wordt vaak de meeste last ervaren door plotselinge pieken in het geluid. Omdat daarvoor in de circulaire geen normen waren genoemd, heb ik voorgesteld om voor de piekbelasting 10 dB(A) hoger te gaan zitten, zoals ook gebruikelijk is voor piekbelasting in de industrie; dus maximaal 70 dB(A), gemeten aan de bewoonde gevel (vergelijkbaar met het niveau van een drukke verkeersweg).
Ik had er ook op aangedrongen de meest geluidsarme methode te kiezen voor het plaatsen van de damwanden; zo kan rond het heiblok een isolerende mantel geplaatst worden of kan een hoogfrequent trilblok gebruikt worden. Dit stuitte op bezwaren, omdat een isolatiemantel bij hevig waaien kan omslaan en trillen slecht lukt bij puin in de grond.

Bij de uitvoering bleek de afgesproken norm bij lange na niet gehaald te kunnen worden. Het ging nog wel, wanneer de in te brengen wandplaat geen obstakels tegenkwam, maar werd op puin gestoten dan was het lawaai niet meer om te harden. Gezocht is toen naar een andere methode, eerst voorheien en dan de wandplaat intrillen. Dit gaf minder lawaai, maar zorgde nog steeds voor overlast vooral omdat enkele bewoners een zijwand met raam hadden pal aan de werkzaamheden. Ook op deze manier werd de afgesproken norm niet gehaald. 
Er is nu besloten om minder damwanden te plaatsen, en de stabiliteit te verzekeren door de wel al geplaatste en aanwezige wanden op elkaar te steunen middels groutankers.

Door deze onverwachte problemen heeft het plaatsen van de damwanden ernstige vertraging opgelopen. Doordat nu al vooruitlopend op de planning een deel van de verontreiniging is afgegraven, verwacht de projectleider dat de oplevering van de eerste werkeenheid toch volgens afspraak in februari 1995 kan plaatsvinden.

 

6

december 1994:
Al is de leugen nog zo snel…?

Gevormd door een positivistisch wetenschapsideaal heb ik altijd gedacht dat geruchten maar het beste genegeerd konden worden, omdat uiteindelijk toch wel de waarheid naar boven zou komen. Maar zo werkt het niet, heb ik ondertussen geleerd. Als geruchten niet ontzenuwd worden, gaan ze hun eigen leven leiden en worden ze steeds hardnekkiger. Dat levert in de buurt verwarring en onrust op. Dat betekent dat ik nu toch wel een deel van mijn tijd als extern deskundige van de bewonerswerkgroep besteed aan het ontkrachten van geruchten. Geruchten zijn nooit helemaal uit de lucht gegrepen. Het is meestal wel ergens op gebaseerd en daarom is het belangrijk na te gaan wat de oorsprong van het gerucht is en wat de waarde ervan is.

Interpretaties

In Kralingen hebben uiteraard veel geruchten te maken met verontreinigde grond. De verhalen kunnen betrekking hebben op plekken die niet onderzocht zijn, maar waar in het verleden verontreinigde grond van het gasfabrieksterrein of van elders zou zijn opgebracht. En nu, tijdens de sanering, is er altijd de zorg dat de verontreinigde grond niet goed wordt weggehaald. In een sfeer van wantrouwen ontstaat dan al gauw het idee dat er iets aan de hand moet zijn.
Verhalen komen de buurt in door een onduidelijke berichtgeving, door een verkeerd geïnterpreteerde mededeling. Op een kaart getrokken lijnen bleken door verschillende buurtbewoners aangezien te worden voor damwanden. Ze hadden gehoord dat er damwanden geplaatst zouden worden, een ander verklaring voor de lijnen was niet te vinden, dus reageerden ze verschrikt dat er nu plotseling damwanden vlak voor hun deur zouden komen. Ik kon hun gelukkig vertellen dat de lijnen te maken hadden met de indeling in werkeenheden, en dat deze slechts een enkele keer samenvielen met damwanden.

Ongeruste zwemmers

Om indertijd aan het ministerie de urgentie van de sanering duidelijk te maken, is veel nadruk gelegd op de verontreiniging die doorgedrongen is tot het diepe grondwater. Dit grondwater stroomt met grote snelheid richting Kralingse Plas en Ommoord. Hoewel de concentraties die tot nu toe in dit grondwater gevonden zijn, net een overschrijding van de achtergrondwaarden te zien geven, en de verspreiding nog niet waarneembaar is buiten het gasfabrieksterrein, gaven krantenberichten toch de indruk dat het zwemwater in Kralingen en het ondiepe grondwater in Ommoord weleens verontreinigd konden zijn. Dit bracht de nodige onrust teweeg bij zwemmers in de kralingse Plas en bewoners van Ommoord. Pas na mededelingen dat de kwaliteit van zowel zwemwater als oppervlaktewater regelmatig uitgebreid gecontroleerd werden, ebde de onrust weg.

IJverige ambtenaar

Onlangs deden verhalen de ronde over vervuilde grond onder een bejaardentehuis dat nog niet zo lang geleden in de wijk gebouwd is. De oorsprong van deze berichten viel wel te achterhalen. Aan de voorkant was een boring gedaan die verontreiniging liet zien, terwijl de boring op het binnenterrein schone grond opleverde. Een ijverige ambtenaar had daarop een rondje getrokken dat onder het gebouw doorliep om duidelijk te maken dat het nodig was nog aanvullende boringen te doen. Uitleg mijnerzijds naar bewoners dat het heel goed mogelijk was dat de grond onder het gebouw van goede kwaliteit was, omdat het later was aangebracht bij het bouwrijp maken, nam niet direct de zorg weg. Ik kreeg als reactie verhalen te horen over gesjoemel met grond bij het bouwrijp maken. Het is natuurlijk altijd mogelijk, het valt niet uit te sluiten, en het moet ook onderzocht worden. Bewezen is voorlopig nog niets.

Schaamte

Goede bedoelingen worden soms verkeerd opgevat, als de communicatie niet goed verloopt. Naar aanleiding van opgedane ervaringen tijdens de sanering van werkeenheid 1 stelde de milieukundige begeleider voor de monsternametechnieken te veranderen, opdat de monsters beter geconserveerd konden worden. Dit werd niet zo duidelijk met de bewoners besproken, en gaf daadoor aanleiding te denken dat op deze wijze weleens vervuilde grond zou kunnen blijven zitten. Woede bij bewoners die pas weer wat getemperd werd, nadat er een goede uitleg was gegeven door de milieukundig begeleiders en ik, als onafhankelijke deskundige, verteld had dat de nu voorgestelde methode ene verbetering was. 

Ook ikzelf blijk weleens - onbewust - de bron te zijn van een bepaalde geruchtenstroom. Als wetenschapper ben je geneigd altijd een zekere nuancering in acht te nemen, geef je aan dat iets nooit helemaal is uit te sluiten. Toch had ik ook niet verwacht dat een mededeling van mij, over de nog steeds lopende onderhandelingen tussen het ministerie en de gemeente over de precieze formuleringen van de financiële vergoedingen, nieuwswaarde zou opleveren voor de plaatselijke pers. Naar mijn idee lag de situatie niet anders dan toen minister Alders formeel zijn ja gaf aan de sanering, en zei ‘dat er nog wat punten en komma’s te regelen vielen’. Maar maanden nadien werd dit onder het kopje ‘geruchten’ als nieuws gebracht, waarbij ik werd opgevoerd als anonieme, betrouwbare bron. Ikzelf zou me als journalist voor zo’n bericht schamen.

 

Schaamte

 

 

7

maart 1995:
LEVEN ONDERGRONDS

De sanering van het gasfabrieksterrein in Kralingen gaat gestaag voort. Voor het eerste onderdeel - verleggen van kabels en leidingen met gelijktijdige grondsanering van de Oostzeedijk-beneden - komt het einde in zicht. Vóór de bouwvak moeten de werkzaamheden zijn afgerond. De Oostzeedijk vormde de grens van het gasfabrieksterrein. In de volgende fase gaat het voormalige gasfabrieksterrein zelf op de schop.
Ten behoeve van de sanering vinden op dit moment tal van voorbereidende activiteiten plaats. Ervaringen met de werkzaamheden tot nu toe hebben geleerd dat het van belang is om meer zicht te hebben op de bodemopbouw, niet alleen wat betreft de milieuhygiënische kwaliteit, maar ook voor zover er zich obstakels in de grond bevinden. 
Op het terrein zelf worden ondertussen woningen ontruimd, en panden gesloopt om zo dadelijk de sanering mogelijk te maken. 
De afwezigheid van bewoning en bebouwing maakt de bodem nu gemakkelijker toegankelijk zowel voor onderzoek naar de verontreinigingen als naar de funderingen onder de woningen.

Onderzoek

De bodem ziet er zo simpel uit, als je afgaat op de tekeningen die gemaakt worden van de bodemkwaliteit. Van het gasfabrieksterrein in Kralingen bestaan driedimensionale plaatjes, in kleur, waarop per laag van 0.5 meter staat aangegeven wat de bodemopbouw is en welke verontreinigingen zijn aangetroffen. 
Helaas ziet de bodem er in praktijk wat anders uit. Van oudsher hebben talloze activiteiten plaatsgevonden op en vaak ook in de bodem. Er zijn met het nodige graafwerk kabels en leidingen aangelegd, voor water, gas, elektriciteit en riolering. Tegenwoordig wordt dat tijdens de aanleg op kaarten aangetekend, maar de oude aan- en afvoerpijpen van de gasfabriek zijn hierop zeker niet terug te vinden. Onbekend is in hoeverre deze in het verleden zijn weggehaald.
Voor de fundering van de gasfabriek en van het viaduct waarop het treintje reed dat de kolen aanvoerde, zijn vele palen de grond ingegaan. Enkele hiervan zijn later getrokken, maar de meeste zijn opnieuw gebruikt als fundering van de later gebouwde woningen. Bij sommige van deze woningen is een kelder gegraven. In de loop der jaren is het terrein opgehoogd, met afval en met puin.
Al deze activiteiten maken de bodemopbouw heel wat minder homogeen en heel wat minder toegankelijk voor de sanering dan op basis van het bodemonderzoek naar de milieuhygienische kwaliteit was gedacht. Door de aanwezigheid van puin en oude funderingen is het lastig damwanden te slaan. Op niet-verwachte momenten wordt op oude leidingen gestoten die een bron van nieuwe verontreinigingen kunnen vormen.
Ik heb erop aangedrongen om de voorbereiding te verbeteren door de gegevens betreffende de niet op diepte gekomen boringen (een aanwijzing voor de aanwezigheid van puin), de kaarten met funderingsgegevens van de oude gasfabriek (waarvan de palen nog aanwezig kunnen zijn), en de grijze vlekken wat betreft de verontreinigingssituatie (omdat niet geboord kon worden vanwege bv. de aanwezigheid van bebouwing) ook mee te nemen in de bodemkwaliteitskaarten. Toch zal ook dan bij de uitvoering rekening moeten worden gehouden met onverwachte obstakels. 

 

Opstakels

 

 


Voorafgaande aan de sanering zijn verschillende woningen al ontruimd. Dat maakt het onderzoek onder deze woningen nu gemakkelijker uitvoerbaar. In de fase van het nader onderzoek hebben we op een gegeven moment besloten het bodemonderzoek onder woningen te staken vanwege de overlast en de slechte toegankelijkheid van de woningen. De resultaten van dit onderzoek kunnen echter nog wel consequenties hebben voor de verontreinigingskaarten en de daarop gebaseerde diepte van ontgraven. Onduidelijk is daardoor hoeveel meter damwand nodig zal zijn voor de ontgraving. 
Het plan om niet met damwanden maar met jukken te werken ter ondersteuning van de woningen, is ondertussen verlaten. Het aanbrengen van jukken levert minder geluidsoverlast op. Nu blijkt de fundering daarvoor niet goed genoeg, en zou het afgraven onder de woningen lange taludhellingen vergen, waarvoor niet voldoende ruimte is. Voor de gemeente was dat een tegenvaller, omdat hierdoor de sanering kostbaarder wordt en lastiger uitvoerbaar. Verschillende bewoners reageerden verschrikt, omdat hun huizen nu blijkbaar niet zo goed gefundeerd waren als verwacht.

Sfeer

Voor de sanering worden een honderdtal woningen gesloopt. Bewoners van deze woningen kregen met voorrang een andere woning aangeboden. Om kraken en verloedering tegen te gaan, is besloten deze woningen zo snel mogelijk na leeg komen te slopen. Bovendien kan dit deel van het gebied dan tijdelijk ingericht worden als werkterrein.
Behalve deze woningen moeten ook enkele bedrijfspanden en een Medisch Kleuter Dagverblijf tegen de grond. Vooral de sloop van dit gebouw is schrijnend, omdat daar enkele jaren geleden ondanks de tegenstand van de buurt een zogeheten leeflaagsanering is uitgevoerd. Nu moet deze laag weer worden weggehaald om bij de dieper gelegen verontreiniging te komen.
Grenzend aan de gesloopte panden staan rijen huizen waarvan de bewoners momenteel aan het verhuizen zijn in verband met de komende sanering. De woningen die leeg komen, zijn een aantrekkelijk object gebleken voor junks en inbrekers. Weliswaar wordt er intensief gecontroleerd in de buurt, onder meer door mensen van het bewonersserviceproject Het Schaap. Ook worden er bij melding van leegstand zo snel mogelijk panelen geplaatst voor ramen en deuren. Alleen duurt het soms enkele dagen voordat bewoners doorgeven dat ze verhuisd zijn. Ondertussen is er dan al ingebroken. In één geval zijn in een leegstaande woning koperen leidingen weggehaald, waardoor bovendien nog eens fikse waterschade ontstond. In een ander geval kon een dief bij een nog bewoonde woning binnenkomen door zich uit te geven voor een controleur van het GEB. De 'echte' medewerkers lopen met een identificatiebewijs rond. 
Ook voelen mensen zich op straat, zeker bij donker, niet meer veilig. 

Kinderen

De in de buurt spelende en schoolgaande kinderen hebben op aandrang van de GGD en de Bewonerswerkgroep extra aandacht gekregen. Juist voor kinderen is een braakliggend terrein een aantrekkelijke speelgelegenheid, zeker wanneer het grasveldje met wipkippen niet meer beschikbaar is. Afgesproken is dat er in de buurt tijdens de sanering alternatieve speelgelegenheden gecreëerd zullen worden. 
De kinderen zijn middels verschillende projecten bij de sanering betrokken en geïnformeerd. Zo zijn er spelmiddagen georganiseerd waar getoond werd hoe zo'n sanering in zijn werk gaat. Ook konden de kinderen deskundigen interviewen. In het informatiecentrum staat een aquarium waarin de bodem is nagebouwd. 

Lopend door de buurt, is het soms moeilijk om je voor te stellen dat dit eens weer een leefbare en vooral schone wijk zal zijn.

 

8 

juni 1995:
HET SPEL OM DE CENTEN

Eindelijk is nu de beschikking van Margaretha de Boer, minister van VROM, binnen. Hiermee krijgt de gemeente Rotterdam in de loop van de komende vijf jaar de miljoenen guldens overgeboekt om de sanering in Kralingen te kunnen uitvoeren. Het heeft meer dan een jaar geduurd na de toezegging van de toenmalige minister, Hans Alders, dat hij geld beschikbaar zou stellen om de bodemverontreiniging in Kralingen te saneren volgens de B+-variant. 
De B+-variant houdt in dat alle grond die verontreinigd is boven de B-waarde (en boven tweemaal B voor benzo-a-pyreen) wordt weggehaald. Grond die verontreinigd is in concentraties tussen A en B kan gebruikt worden om diepe gaten op te vullen. 
Op verkiezingstoernee vorig jaar had de minister de indruk gewekt dat er alleen nog wat aan punten en komma's gesleuteld hoefde te worden. Hij verklaarde zich akkoord met de uitgangspunten voor de sanering tegen een bedrag van 275 miljoen gulden, en zegde ook ruimhartig toe dat randge-bieden meegeno-men konden worden in de uitvoering.

Bij de start van de eerste fase van de sanering een jaar geleden was de financiering nog niet rond, zodat de gemeente zelf de uitvoeringskosten moest voorfinancieren. 
Als de minister niet deze week de beschikking over de financiën had afgegeven, dan zou de uitvoering van de volgende fase zijn stilgelegd. De voorbereidingen van deze fase zijn afgerond, en de inschrijving voor de aannemers staat nu open, zodat nog voor de bouwvakvakantie begonnen kan worden. Ondertussen zijn hiervoor al een honderdtachtig huishoudens uitgeplaatst. 

Optimalisatie?

Dat het allemaal nog zo lang moest duren, voordat de zaak financieel rond was, en dat in deze onderhandelingen het ministerie nog gewrikt heeft aan de uitgangspunten van de sanering, is voor bewoners onbegrijpelijk en heeft het vertrouwen in politiek en politici geen goed gedaan. Uitleg over deze houding heeft het ministerie de bewoners niet willen geven; de gesprekken werden alleen gevoerd met de gemeente. 
Volgens de opvattingen van het ministerie was de gekozen saneringsvariant geen multifunctionele variant, en moest het daardoor dus als een IBC (isolatie, beheersing, controle)-aanpak gezien worden. Men vroeg zich af of het eigenlijk wel nodig was meer te doen dan de verontreiniging te isoleren en een leeflaag aan te leggen. Eventueel konden enkele zogenaamde hot spots weggehaald worden. In de VROM-terminologie heette dit 'optimalisatie'. Met een dusdanige aanpak verwachtte het ministerie aanzienlijke besparingen te kunnen bereiken.
De gemeente Rotterdam zag de B+-variant al als optimalisatie, in vergelijking met de oorspronkelijk multifunctionele variant. Tenslotte was hiermee een halvering van de kosten bereikt. Hergebruik van lichtverontreinigde grond tot de B-waarde ziet de gemeente ook als een verstandige aanpak in een stad waar de toplaag toch al bijna overal diffuus verontreinigd is. Na sanering zou de bodemkwaliteit in Kralingen vergelijkbaar zijn met de omgeving, dus werd de B+-variant ook wel 'omgevingsvariant' genoemd. 
Met een ingewikkelde berekening kon de gemeente duidelijk maken dat de door het ministerie voorgestelde optimalisatiestappen nauwelijks een besparing in kosten opleverden. Wel wilde de gemeente toezeggen bij de verdere uitwerking per deelgebied te bekijken of iedere kleine vlek wel weggehaald zou moeten worden, als daarvoor hoge kosten nodig waren.
Bewoners zagen de opvattingen van VROM als afglijden - van de milieudoelstellingen van de sanering. Voor de Bewonerswerk-groep was het belangrijk dat de B+-variant als saneringsaanpak gehandhaafd bleef; men had zich tenslotte steeds ingezet voor een deugdelijke sanering van het hele gebied. Wanneer nu nog verontreinigingsvlekken zouden achterblijven, dan zou dat betekenen dat bewoners veel hinder zouden hebben van de sanering, terwijl ze bij terugkeer toch nog zouden zitten op verontreinigde grond, en zouden moeten rekenen met een eeuwig-durende beheersing.

Milieudoelstelling

De Bewonerswerkgroep verstond onder optimalisatie het ook in één keer meenemen van door andere bronnen veroorzaakte verontreinigingen, zoals die van een vroegere aangrenzende loodfabriek, zodat bewoners niet in een tijdsbestek van enkele jaren met de hinder van meerdere saneringen te maken zouden krijgen.
Aan mij was de taak voor de Bewonerswerkgroep een beoordeling te geven van de voorgestelde optimaliseringsstappen en aan te geven welke consequenties die konden hebben voor het bereiken van de doelstellingen van de sanering. Het hier wel en daar niet laten zitten van verontreiniging geeft een buurt die een vlekkenkaart is, en waarvoor geen eenduidig beheer van de grond geldt. Ook is het belangrijk geen verontreiniging in de grond te laten zitten die noodzaakt ten eeuwigen dage een grondwaterbeheersing in stand te houden.
Verder heb ik getracht aan te geven hoe de gekozen B+-variant zo goed mogelijk geplaatst kon worden in het beleidskader van het ministerie. Verwezen kon worden naar de voorstellen van de commissie Welschen in het rapport 'Saneren zonder stagneren'. De cie Welschen pleit ervoor om niet alleen de verontreiniging te isoleren, maar om ook de bronnen van vervuiling weg te halen, zodat daarmee een eindige situatie ontstaat tegen nauwelijks meerkosten vergeleken met louter isolatie.

Berekening

Uiteindelijk heeft het ministerie in principe ingestemd met de B+-variant met de kanttekening dat daar waar het grondwater niet verontreinigd is, gekeken moet worden naar het eventueel laten zitten van immobiele, verontreinigingsvlekken dieper dan twee meter. Het gaat hierbij dan om een klein percentage van de verontreinigde grond, die bovendien voor het grootste deel toch al weggehaald wordt om het drainagesysteem aan te leggen, of om een talud te maken voor de ontgraving. Het ministerie verwees voor de berekening van deze plekken naar de evenwichtsconstanten van grond en grondwater, en meende dat de concentraties van verontreinigingen in poriewater een factor tien hoger konden zijn dan de concentraties in grondwater. In hoeverre deze vooronderstelling in praktijk te bewijzen valt, is een punt van discussie, maar veel relevantie voor de uitvoering heeft dat niet.
Hoewel niet van harte is de gemeente met deze laatste berekening accoord gegaan, omdat men - zoals de projectleider zei - met de rug tegen de muur stond. Meer vertraging in de uitvoe-ring was niet acceptabel; hele straten hebben een doodse aanblik gekregen doordat ze na tijdelijke uithuisplaatsing verlaten zijn door bewoners.

Met de beschikking heeft de gemeente ook het financiële risico gekregen van de sanering. Mochten de kosten hoger uitvallen dan de nu geraamde 304 miljoen gulden (inclusief berekende inflatie), dan zal de gemeente daarvoor zelf moeten opdraaien - tenzij het om enkele welom-schreven onvoorziene omstandigheden gaat.

Scepsis

In dit jaar onderhandelen is mijn scepsis over de effectiviteit van het beleid van VROM gegroeid. Waar gemeente en bewoners zich inzetten voor een degelijke sanering, ook als bestaansvoorwaarde voor een schone en leefbare buurt, leek men het bij VROM belangrijker te vinden of de geko-zen aanpak wel strookte met de randvoorwaarden van het ministerieel beleid dan of deze een maatschappelijk draagvlak kende en milieuhygiënisch verantwoord was. 

 

VROM

 

 

 

Deel II: 9: september 1995 t/m 15: december 1999